Eplan 40 Jaar | Henk Kuipers: “Je bent een engineer, geen tekenaar”
Henk Kuipers is een engineer van het eerste uur. Een echte vakman die in 1982 begon met een potlood en tekenplank. Tegenwoordig zorgt hij als Eplan Specialist bij Vialis dat engineers de juiste digitale tools tot hun beschikking hebben om bruggen, tunnels, sluizen en andere infrastructuur te ontwerpen. Hoe heeft hij het vak van engineer in de loop der jaren zien veranderen? En wat is volgens hem de kern van engineering?
“Ik ben zo’n veertig jaar geleden begonnen, net uit dienst, als jong jochie bij een klein ingenieursbureau. Zij wilden een eigen engineeringteam opzetten en ik werd daar de tekenaar”, vertelt Kuipers. Daarna stapte hij over naar AEG, waar hij als leerling tekenaar schema’s maakte voor kasten. “Vervolgens heb ik bij verschillende organisaties gewerkt in de energie- en infrastructuurbranche, waar ik betrokken was bij projecten voor energiebedrijven en industrie. Uiteindelijk kwam ik bij Vialis terecht, waar ik nu al zo’n vijftien jaar werk. Daar ben ik vooral beheerder van Eplan en ondersteun ik engineers bij infrastructurele projecten.”
Potlood, pen en driehoek
Veertig jaar geleden was een engineer in de eerste plaats een tekenaar. “Toen ik begon, had ik geen bureau. Ik werkte met een tekenplank, zo’n staande verstelbare tafel met vaste linialen. Daarop maakte ik ontwerpen met potlood, pennen in verschillende diktes en een geodriehoek. Maakte je een fout? Dan moest je gummen of opnieuw beginnen.” In de jaren ’80 kwamen de eerste CAD-systemen op de markt, waarmee engineers digitaal konden werken. “Maar dat was nog lang niet de manier van engineeren zoals we die nu kennen. De eerste CAD-systemen waren eigenlijk digitale versies van de tekenplank: je trok lijntjes, maar er zat weinig intelligentie in.”
Met de komst van AutoCAD zag Kuipers het vak voor het eerst flink veranderen. “Dat was het moment dat we als engineers digitaal gingen werken. Waar we vroeger een tekening aanpasten door onderdelen te knippen en plakken met transparant papier, kon je dat nu digitaal doen. Dat scheelde enorm veel tijd.” De uiteindelijke tekening moest echter nog wel op papier gezet worden. “Het digitale ontwerp printte je uit in een plotter – de voorloper van de laserprinter. Dat was toentertijd echt een technisch hoogstandje. Wij vonden het dan ook fantastisch om te zien hoe de inktpen van boven naar beneden de lijntjes printte. Dat duurde alleen wel zo’n twee à drie uur. En als de inkt halverwege op was, kon je weer opnieuw beginnen.”
De volgende sprongen voorwaarts
Door de digitalisering ging data een steeds grotere rol spelen. “In AutoCAD had je voor het eerst de mogelijkheid om een database met typicals aan te leggen. Daardoor kon je aan elke typical bijbehorende bestanden koppelen en die ordenen in een mapje. Ook dat was een forse verbetering”, legt Kuipers uit. “De voordelen daarvan merkte ik meteen: ik werkte toen op een project voor De Hoogovens. Daar moesten we onder andere de besturingskasten voor vijf identieke hijskranen bouwen. Vroeger zouden we dan de schema’s kopiëren door het origineel op een radex te leggen; een transparant fotogevoelig papiertje. Dat ging dan door een bak met ultraviolet licht en dan had je een kopie. Deze analoge macro’s bewaarden we dan voor het geval we die later nog eens nodig hadden. Door de database was dat niet meer nodig, alle macro’s en complete schema’s had je immers digitaal.”
Niet lang daarna, toen hij startte bij Vialis, kwam Kuipers voor het eerst in aanraking met Eplan. “Dat was voor mij een grote sprong voorwaarts, waarbij het vak echt veranderde. Waar ik voorheen tekende met Ruplan, ging ik nu engineeren met Eplan. Eerst met versie 5.7 en later met P8”. Wat Eplan anders maakte was de interface. “Deze was veel gelikter en gebruiksvriendelijker, zeker bij het op Windows gebaseerde P8. Alles was makkelijk te vinden en dat werkte veel prettiger. Ik moest alleen even wennen aan de bediening met de muis in plaats van de sneltoetsen, maar dat had ik vrij snel onder de knie.”
Verschillen
Tegenwoordig werken Kuipers en zijn collega’s standaard met Eplan. Wat ziet hij, terugkijkend op zijn loopbaan, als voornaamste verschil tussen de engineer van vroeger en nu? “We zijn niet meer aan het tekenen, maar aan het engineeren. Dat kan ook met Eplan dat alle data en formulieren automatisch genereert, waardoor engineers zich kunnen focussen op het ontwerp. Zaken als de materiaallijst, inhoudsopgave en PLC-indeling hoeven wij ons niet meer mee bezig te houden. Ook de artikelendatabase is een grote verbetering. Als ik de afmetingen van een bepaalde component wil weten, hoef ik dat niet meer handmatig op te zoeken.”
Door de digitalisering is het tekenen van schema’s nog maar een klein onderdeel van engineering. “Ik teken nooit meer een scheef lijntje”, legt Kuipers uit.” En een wijziging is zo gemaakt, terwijl dat vroeger veel tijd kostte. Uiteraard levert de digitalisering ook op andere vlakken veel tijdswinst op, zoals bij het opzoeken van informatie. “Ik heb bijvoorbeeld wel eens de besturing voor een tunnel gemaakt waarbij alles was vastgelegd in een handboek van 47.000 pagina’s. Dan duurt het even voordat je hebt gevonden waar een bepaalde kast zich bevindt.” Dat levert veel tijdswinst op bij het onderhoud. “De tijd die wij als engineers steken in het gestructureerd opslaan van data, betaalt zich terug wanneer monteurs informatie moeten opzoeken.”
Kennis behouden
Digitalisering heeft engineering veel gebracht. Maar is er daardoor ook wat verloren gegaan? Kuipers vindt van wel: “Waarom is iets op een bepaalde manier ontworpen? En hoe werkt het? Die kennis is langzaam aan het verdwijnen, want engineers hoeven dat tegenwoordig niet meer te weten om hun werk te kunnen doen. Ze gebruiken de eerder opgebouwde data en de engineeringstool neemt ze aan de hand bij de uitvoering. Neem Eplan Pro Panel, dat leidt engineers door het proces. Ook berekent het bijvoorbeeld automatisch kabellengtes en diktes. Daardoor weet de jongere generatie engineers vaak niet meer hoe ze dit zelf kunnen doen.”
Tegelijkertijd ziet Kuipers dat engineers nog te veel blijven hangen in het tekenen. Daardoor gebruiken ze Eplan op een verkeerde manier. “Eplan is een engineeringspakket, geen tekenprogramma. Ik zie het als een visualisatie van jouw database: alle informatie zit erin en wordt op een bruikbare manier aangeboden”, zegt Kuipers. “Toch zie ik dat veel engineers Eplan nog als tekentool gebruiken. Ze leggen bijvoorbeeld Excel-lijsten aan met artikelinformatie of macro’s, terwijl Eplan dat automatisch voor ze kan doen. Of ze zetten artikelnummers in hun tekening, ook dat is niet meer nodig. ”
Toekomst van engineering
Doordat engineeringstools zoals Eplan steeds slimmer en uitgebreider worden, hebben engineers steeds minder kennis van zaken. Kuipers denkt dat deze ontwikkeling doorgaat en twee voordelen biedt. Ten eerste zorgt het voor nog meer tijdswinst. “In de toekomst kunnen bepaalde bedradingstaken zelfs overgenomen worden door robots. Denk aan seriewerk waarbij honderd draadjes op dezelfde manier aangesloten moeten worden.” Dit is ook een oplossing zijn voor het tekort aan goed opgeleid technisch personeel.
Toch beschouwt Kuipers vakmensen niet als een uitstervend ras. Want het tweede voordeel van slimmere tools is dat engineers meer tijd overhouden om hun menselijke kennis en vaardigheden in te zetten. “Zeker bij het ontwerpen en bedraden van complexe besturingskasten blijft inzicht en ervaring belangrijk – daar zit onze meerwaarde. En Eplan kan als geen ander daarbij helpen door engineers werk uit handen te nemen. Tenminste, als je het programma gebruikt om te engineeren en niet om te tekenen. Zo houd je meer tijd over om je te richten op engineeringstaken waarvoor jouw vakkennis nodig is.”
Duik dieper in 40 jaar vakmanschap
Henk is niet de enige pionier die het vak zag transformeren. Benieuwd naar de andere verhalen, foto's en video's uit ons jubileum?